Tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek, 2021, nr 1

Erfgoed van Industrie en Techniek, 2021, 1, landschapsveranderingen

Het eerste nummer van jaargang 2021 van het Vlaams-Nederlands tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek wordt einde april aan alle leden van VVIA toegezonden
Het is gewijd aan de invloed van de winning van grondstoffen en brandstoffen op het landschap, met bijdragen over

  • Serge LANGEWEG: Schachttorens en steenbergen: nieuwe bakens in het Zuid-Limburgse landschap, 1900-1930
    De winning van steenkool in het zuidoosten van de Nederland- se provincie Limburg vond plaats honderden meters onder de grond. Daar lag een enorm industriegebied, bestaande uit een labyrint van steengangen, galerijen, pijlers en schachten. Het etmaal rond waren er duizenden mijnwerkers aan de slag. Machi- nes, pompen en andere technische installaties zorgden ervoor dat zij hun werk veilig en efficiënt konden doen.
    Voor buitenstaanders was deze ondergrondse wereld onzicht- baar, een onbekend landschap. Maar boven de grond was het anders. Daar waren de mijnen alomtegenwoordig. De imposante complexen met hun schachttorens, schoorstenen, koeltorens en steenbergen gingen het landschap tussen Kerkrade in het oosten en Geleen in het westen domineren. In de buurt van de mijnen werden  woonwijken  voor  de  mijnwerkers  gebouwd;  meer  en meer werd de regio doorsneden door spoorlijnen en wegen. De invloed van de mijn gold niet alleen voor het fysieke land- schap, maar ook voor het sociaaleconomische. Hoe deze streek in de drie decennia tussen 1900 en 1930 transformeerde van een landelijk gebied naar ‘de mijnstreek’, een van de meest geïndustrialiseerde regio’s van Nederland, is het thema van dit artikel.
  • Pieter GURDEBEKE: Landschapselementen als industrieel erfgoed: de gipsberg van Rieme-Zelzate en de fosfaatindustrie in België
    Extractie van primaire grondstoffen laat sporen na in de vorm van oude groeves, vaak volgestort of ondergelopen. Grondverzet kan hierbij de topografie grondig veranderen. Vaak worden topografisch negatieve elementen aan het landschap toegevoegd, en anderzijds kan industrie leiden tot de opbouw van topografisch positieve  landschapselementen door ongewenste  bijproducten van procedés ergens te dumpen. Op dit laatste aspect van landschapsverandering gaat deze bijdrage in. De bekendste voorbeelden hiervan hebben we in de mijnstreken, waar terrils (steenbergen) de horizon domineren en vaak de laatste duidelijke restanten zijn van steenkoolmijnbouw. De gipsberg van Rieme-Zelzate is een zeldzamer en meer merkwaardig voorbeeld uit het Gentse havengebied. Deze bijdrage vertelt het verhaal van deze gipsberg als product van de fosfaatindustrie van de firma Kuhlmann.
  • Adriaan LINTERS: IJzererts in Limburg
    In de Kempen (her)ontdekte de  geoloog E. Bidaut in 1846 ijzerhoudende limonietlagen (‘oer’). Deze vond men vanaf zo’n 10 cm onder het maaiveld en ze waren op verschillende plekken tot 1 meter dik. Ze bevatten gewassen tot 40 à 50 procent ijzer, maar bezaten ook een hoog fosforgehalte. Na de uitvinding van een nieuwe productieprocedés door Siemens en Martin (1866) en vooral Thomas & Gilchrist (1878) kwamen ze echter voor verwerking in aanmerking.
    Vanaf de jaren 1860 werd vanaf Paal erts via het kanaal naar de Luikse hoogovens verscheept, nadien ook vanuit andere gemeenten langsheen de Kempense kanalen. Vanaf de eeuwwisseling ging het vooral via de Antwerpse haven naar Westfalen.
  • Rubén CAÑAMAQUE LÓPEZ: De industriezone Cerco Industrial van Peñarroya-Pueblonuevo. Opkomst, verval en toekomst van het grootste industriegebied in Zuid-Spanje
    Weinigen realiseren zich dat een van de belangrijkste industrie- en mijngebieden van Spanje zich in Andalusië bevond, in het Guadiato-bekken zo’n 75 km ten noordwesten van Cordoba, in de streek Belmez-Peñarroya. In die laatste gemeente, meer bepaald in de deelgemeente Pueblonuevo, werd in december 2018 een enorm  vervuild  terrein  met  vervallen  industriële  gebouwen door de Andalusische regering als cultureel erfgoed wettelijk beschermd.  Het  terrein, gelegen vlak  naast het centrum  van Pueblonuevo, vormt een indrukwekkend industrieel landschap van ruïnes, dertien schoorstenen, doorkruist door verlaten spoorweglijnen. Plaatselijke verenigingen en vrijwilligers zetten zich met weinig middelen in voor het behoud van deze resten, in een gebied met veel economische problemen.
  • Marc BUSIO: Uit sphagnum geboren
    Nu we aan de vooravond staan van een ongekende energietransitie wordt nog wel eens teruggekeken naar de vorige keer toen de samenleving zo een ingrijpend proces onderging. In Nederland betrof dat de omschakeling van steenkool naar aardgas, die zich ruim een halve eeuw geleden voltrok en de nekslag was voor de Zuid-Limburgse mijnbouw. De energietransitie die dáár weer aan voorafging, en zich inmiddels ruim een eeuw geleden afspeelde, krijgt tegenwoordig nog maar nauwelijks aandacht, namelijk de vervanging van turf door steenkool als brandstof voor kachels en fornuizen. Daarmee kwam toen een einde aan een eeuwenlange periode waarin de mensen zich verwarmd hadden rond turfvuurtjes. Het betekende echter nog niet het einde van de turfwinning, want die ging in Nederland nog decennialang door en vindt op sommige plaatsen in Europa ook vandaag de dag nog plaats. Want in de hoogveengebieden groef men naast het zwartveen voor de brandstofvoorziening ook het zogenaamde bolsterveen af. Deze bovenste laag van het veenpakket, ook wel witveen of grauwveen genoemd, leende zich voor een aantal toepassingen, waarvoor het ter plaatse in fabrieken tot turfstrooisel werd verwerkt.

Het nummer bevat ook een in memoriam Hugo Lejon, één van de pioniers van de strijd voor het industrieel (en ander) erfgoed in de Rupelstreek

Dit jaar komt er nog een algemeen nummer in juni, en we sluiten de jaargang af met een speciaal dubbelnummer 'Sporen over grenzen' in het kader van het Europees Jaar van het Spoor.