Mout- en brouwhuis De Snoek

Mout- en brouwhuis De Snoek

Tijdens de eerste wereldoorlog werden in zowat heel België de koperen ketels en installaties van de brouwerijen door de bezetter geconfisqueerd om tot wapens en obussen te worden hersmolten. Dit was echter niet het geval in het niet bezette gebied achter het front in de Westhoek.
Een inventarisatie door vrijwilligers in de loop van 1984-1985 bracht aan het licht dat er in deze streek nog één brouwerij bestond waarvan al de installaties bewaard bleven: de mouterij-brouwerij De Snoek in het gehucht Fortem van Alveringem.

De oudste vermelding van deze brouwerij dateert van 1767, toen Pieter Croigny nabij de Lovaart de ‘herberghe ende brauwerie den Snouck’ pachtte van de weduwe van Philippe Loosen. Door de kanalisatie van de vaart tussen 1865 en 1870 werd de herberg-brouwerij samen met een reeks andere gebouwen gesloopt, maar het brouwerijmateriaal werd overgebracht naar de afspanning ‘De Leeuw’. Deze werd verbouwd tot een imposante brouwerswoning met poortgebouw, terwijl het achterliggende bijgebouw met één bouwlaag verhoogd werd om er de brouwerij in onder te brengen. Een in de brouwzaal weergevonden baksteen geeft als bouwjaar 1871. Tussen 1872 en 1922 onderging het complex nauwelijks veranderingen. In 1922 werd er in de linkerzijvleugel van het woonhuis een herberg gevestigd, even nadien werd de mouterij buiten dienst gesteld (maar niet gesloopt) omdat het rendabeler was om mout aan te kopen bij de nieuwe grootmouterijen. Ook werd toen geïnvesteerd in een afvulinstallatie voor flessenbier. In 1952 werden alle brouwactiviteiten stopgezet, maar bewaarde de familie Derickx heel de installatie.

Einde 1985 zetten vrijwilligers zich rond de tafel om een toekomst voor de site uit te denken. Op 20 februari 1986 werd formeel de vereniging ‘Werkgroep Industriële Archeologie Westhoek’ opgericht (in 1987 omgevormd tot ‘Westhoek Monumenten vzw’), die in 1989 het brouwerijgebouw en een achterliggend perceel in erfpacht nam.
De brouwerij en het woonhuis werden beschermd op 31 mei 1991.
De restauratie startte volop in 1991, waarvan de kosten voor 20% gedragen werden door de vrijwilligersvereniging, de rest door restauratiesubsidies van vooral de Vlaamse, maar ook de provinciale en gemeentelijke overheid. In het mouterij-brouwerijmuseum kan de bezoeker zich nu een uniek beeld vormen van de wijze waarop er in de vroege 19e eeuw gemout en gebrouwen werd, én dit aan de hand van het gerestaureerde authentieke materiaal zoals koperen brouwketels, een gietijzeren roerkuip, eeuwenoude gistingskuipen en -tonnen, de intacte mouteest, een antieke gasmotor, enz... Het museum wordt volledig beheerd door de vereniging, die instaat voor uitbating en onderhoud.

 

Meer informatie