Stedelijke elektriciteitscentrale Ham

Stedelijke elektriciteitscentrale Ham

De bouw van de Gentse stedelijke elektrische centrale aan de Ham werd aangevat in 1924. Twee jaar later leverden twee turbo-alternatoren van 10MW en één van 15MW, alle drie met kolen als brandstof, de eerste elektriciteit. Het aanvankelijke vermogen van 35MW wordt stapsgewijze opgevoerd tot 122 MW in de jaren '50. Vanaf 1958 wordt van hieruit ook stadsverwarming voorzien.
De grote turbinezaal met art deco-invloed bleef bewaard inclusief alle turbines en toebehoren, een geklonken rolbrug, de regel- en seinapparatuur, uurwerk, en de bedieningspanelen "Siemens-Halske" voor de vroegere (nu gesloopte) ketels.
De turbinezaal werd beschermd bij besluit van 18 november 1999.
In deze bescherming werden de 4 nog bestaande turbo-alternatoren inbegrepen, telken met stoomturbine ‘Van den Kerchove’ (Gent) en alternator ACEC (Charleroi)

  • turbo-alternator nr.1, 12500 KVA: stator 12600 V, 573 A; rotor 220V, 158 A; 3000 t/m, 50 Hz
  • turbo-alternator nr.2, 13000 KVA: stator 13000 V, 596 A; rotor 220V, 158 A; 3000 t/m, 50 Hz
  • turbo-alternator nr.3, 21500 KVA: stator 12600 V, 980 A; rotor 220V, 250 A; 3000 t/m, 50 Hz
  • turbo-alternator nr.4: stator 21500 V, 573 A; rotor 230V, 215 A; 3000 t/m, 50 Hz

Thans is De Centrale, met het voorgebouw in art deco-stijl en de beschermde turbinezaal een centrum voor wereldculturen, met tal van interculturele manifestaties, optredens en tentoonstellingen en vormingsactiviteiten.
     
Aan de oude centrale werd indertijd ook een stadsverwarmingsnet toegevoegd, waarbij de afgewerkte stoom gebruikt werd om sociale woningen en gebouwen in de buurt te verwarmen. In de jaren '50 ontwierp architect Geo Bontinck nieuwe kantoren in de Ham, een monumentaal complex met met bak- en hardstenen gevel. In het interieur zijn er enorme oppervlakken met gelazuurde wandtegels.

Vanaf 1967 werd de centrale uitgebreid met een nieuw complex waarin reusachtige dieselmotoren geplaatst werden. Een eerste dieselmotor van 21 MW werd in dat jaar geïnstalleerd. Dat was toen de grootste dieselmotor ter wereld !
Een tweede en een derde motor zullen respectievelijk in 1972 (40.000 pk !) en 1979 in dienst genomen worden.

  • dieselmotor I: MAN, continu vermogen 22080 kW, 115 t/m, 12 cylinders met cylinderboring 930 mm en 1700 mm zuigerslag; gemiddelde eff. druk 8,48 kg/cm². Totale lengte van de motor 23 m, breedte 6 m, hoogte 12,5 m; totaal gewicht 1281 ton, krukas weegt 200 ton. Alternator ACEC 34 MVA, 6 kV
  • dieselmotor II: MAN, continu vermogen 29440 kW, 107 t/m, 10 cylinders met cylinderboring 1050 mm en 1800 mm zuigerslag; gemiddelde eff. druk 13,24 kg/cm². Totale lengte van de motor 25,6 m, breedte 7 m, hoogte 10,8 m; totaal gewicht 1120 ton, krukas weegt 188,4 ton. Alternator ACEC 39 MVA, 10,6 kV
  • dieselmotor III: MAN, continu vermogen 29440 kW, 125 t/m, 12 cylinders met cylinderboring 900 mm en 1600 mm zuigerslag; gemiddelde eff. druk 10,9 kg/cm². Totale lengte van de motor 22 m, breedte 7,5 m, hoogte 13,5 m; totaal gewicht 1380 ton, krukas weegt 235 ton. Alternator ACEC 39 MVA, 10,6 kV

Rond deze motoren werd een gebouw opgetrokken met een hoge schoorsteen. Die is met zijn 102 meter meteen de hoogste constructie van Gent en een herkenbaar baken in het stadslandschap. Vanaf 1981, als gevolg van de stijging van de dieselprijs en de toetreding van de stad tot de nieuwe SPE (Samenwerkende Vennootschap voor de Productie van Elektriciteit, thans in handen van het Franse EDF) zou de centrale enkel nog ingezet worden als piekeenheid.
Het is opmerkelijk dat de recente dieselcentrale en de uitbreiding van can 1950 niet in de bescherming opgenomen werden, ondanks hun ,uitzonderlijk belang !

In 1993 werden de oude eenheden vervangen door een STEG-eenheid met een vermogen van 42 MW. Deze STEG-eenheid recupereert de rest aan stoom via een ondergronds warmwaterleiding-systeem dat gebruikt wordt voor de verwarming van enkele ziekenhuizen, woonwijken en andere gebouwencomplexen in de Gentse binnenstad. De belangrijkste klanten zijn de Universiteit Gent en het AZ Sint-Lucas. Sinds eind 2005 is ook het nieuwe justitiepaleis aan het Rabot aangesloten. In 2006 ten slotte werden aanvullend twee extra piekeenheden op aardgas, met elk een vermogen van 58 MW, in dienst genomen.

Op die manier is de centrale Ham een prachtig voorbeeld van de ontwikkeling en evolutie van de productie van elektriciteit in België